Dat is natuurlijk veel erger!

Hoe rouwvergelijking je lam kan slaan

Marian is uitgenodigd voor de verjaardag van haar buurvrouw. Een vrouwenmiddag — koffie, taart, gezelligheid. Het is de eerste keer sinds het overlijden van haar man dat ze zich eraan waagt. En tot haar eigen verrassing gaat het best goed. Ze praat, ze lacht zelfs even. Het voelt fijn om weer onder mensen te zijn.

Dan vertelt de zus van de jarige over haar hondje, dat vorige week dood in zijn mandje lag. Er klinkt herkenning. Vrouwen delen verhalen over overleden huisdieren, daarna over ouders en grootouders die ze missen. De sfeer is meelevend, warm.

Tot de blik van de buurvrouw op Marian valt.
 “Marian is pas haar man verloren,” zegt ze. “Hoe lang is het nu geleden? Vijf maanden?” Marian voelt zich overvallen en knikt alleen maar. Even is het stil.
 “Moeilijk joh, wat erg,” zegt iemand zacht.

Dan neemt een andere vrouw het gesprek over. “Weten jullie van dat meisje hier in de straat? Haar vader is vorige maand verongelukt. Ze is net zeven geworden. Zó erg.”  Er wordt verder gepraat: over hoe zwaar dat moet zijn, over de moeder, over de school. Iemand zegt nog: “Elk overlijden is moeilijk, natuurlijk, net als van jouw man.” Een ander knikt. “Maar dit is natuurlijk wel veel erger!”

Marian luistert niet meer. De zus van het hondje trouwens ook niet. Beide vrouwen kijken naar hun kopje koffie. Thuis blijft het gesprek rondzingen in haar hoofd. Bestaat er dan zoiets als rouwvergelijking? Alsof er een soort concurrentie is? Dat je verdriet moet afwegen tegen dat van een ander?

Natuurlijk begrijpt Marian hoe vreselijk het is wat dat meisje meemaakt. Maar zou dat haar eigen verlies minder erg moeten maken, minder waard om te voelen?


Wat er gebeurt bij ‘rouwvergelijking of rouwconcurrentie’

We vergelijken verdriet vaak onbewust. Uit ongemak, of uit de behoefte om houvast te vinden in iets dat niet te meten is. Soms om iemand te troosten (“Gelukkig heb je nog je kinderen”), soms om onze eigen angst te sussen (“Dat zou ik niet aankunnen”).
Maar vergelijken geeft afstand. Het laat het verdriet klein voelen, alsof het geen plaats mag hebben. Verlies kun je niet wegen of meten, met welke maat zou je dat moeten doen? Belangrijker is om het te zien en te erkennen.

 Zonder te oordelen. Zonder te vergelijken.
 Gewoon: ik zie je, ik hoor je, vertel maar...